Onderweg naar het verleden

Er is een deel van mijn geschiedenis waar ik altijd in geïnteresseerd ben geweest, maar waarnaar ik nooit goed onderzoek heb gedaan: Indonesië.

Mijn oma van mijn vaders kant is geboren in Sidoarjo, een stad net onder Surabaya op Java. Ik heb haar nooit gekend, maar heb door de tijd heen stukjes en beetjes meegekregen van hoe de familiegeschiedenis in elkaar zit. Hoewel ik nooit de tijd heb genomen om me er goed in te verdiepen, wist ik dat ik tijdens deze reis sowieso langs Indonesië moest.

Ik vloog vanuit Nieuw-Zeeland naar Bali, omdat dat nou eenmaal het goedkoopst was. Bali heeft de reputatie erg toeristisch te zijn, maar de mensen die ik heb gesproken die er zijn geweest, vinden het allemaal fantastisch. Ik koos ervoor om naar Ubud te gaan.

En ja het was toeristisch. lokale eettentjes stonden zij aan zij met westerse cafés en ik denk dat ik ongeveer evenveel witte meiden in yogaleggings heb gezien als locals. Toch vond ik het een hele fijne stad. De sfeer was heel relaxt en toeristen en Balinezen bewogen zich zonder problemen langs elkaar heen. Ik vroeg de zoon van de hosteleigenaresse wat hij vond van al het toerisme op Bali. Hij zei dat toerisme nou eenmaal de industrie van Bali was en dat ze niks anders hadden, dus hij was er wel blij mee. Bovendien was cultuur een constant veranderend iets, dus hij vond het ook niet storend dat alle westerse culturen zich mixte met het Balinese, zo werkte het nou eenmaal. Misschien had ik het niet moeten vragen aan iemand wiens familie in de toerisme-industrie zit.

Ik kwam de dag voor Kuningan aan op Bali. Kuningan is de laatste dag van een Hindoestaanse religieuze feestweek. Ik zag dat mijn host mandjes aan het maken was van bladeren en vroeg haar waar dat voor was. Ze waren bedoelt voor de offers die ze morgen mee zou nemen naar de tempel voor de gebeden. Ik had de stoute schoenen aan en vroeg of ik mee mocht naar de tempel. Dat mocht! Ik moest wel een sarong aan, maar die kon ze me we lenen.

’s Ochtends mocht ik eerst kijken bij de kleine familie tempel achter het hostel. Balinese huizen zijn opgebouwd als compounds. De compounds bestaan uit verschillende gebouwen waar de hele familie in woont met in het midden een tempel en een ruimte voor “aardse” ceremoniën, zoals bruiloften. Het is de bedoeling dat je tijdens Kuningan de tempels van zoveel mogelijk familieleden bezoekt. En als ik zeg familieleden, dan bedoel ik ook je achter-achter-achter-achter-achter-neef. De familiebanden reiken hier ver. Soms wordt er ook tussen achterneven en nichten getrouwd om de familie dicht bij elkaar te houden.

Na het gebed in de grote tempel werd ik uitgenodigd in het ouderlijk huis van mijn host. Als een vrouw trouwt, trekt ze bij de familie van haar man in, daarom woonde zij niet meer in dat huis. Het was heel leuk om een paar uurtjes rond te hangen in een Balinees huis. De familie was heel lief en ik voelde me erg welkom. Op de terugweg passeerde we een processie met verschillende Barong (die dierenkostuum dingen). De Barong worden door de stad gedragen om boze geesten te verdrijven. Later passeerde een van die processies precies voor ons hostel!

Al met al was het een hele gave introductie met Indonesië in het algemeen en Bali in het bijzonder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *